t shirt bedrukken

January 15, 2010

Bij kleding bedrukken gaat het in Amsterdam om een tamelijk grootschalige industrie - Smit spreekt zelfs van groot-industrie - in Rotterdam was de situatie wat verschillend. Dit was de tweede stad met katoenindustrie in de negentiende eeuw, t shirt bedrukken althans op de Indische manier, dat wil zeggen in meekrapkleuren, was elders te verwaarlozen in Nederland. Aan het einde van de tachtiger jaren van de zeventiende eeuw oefende de Franse réfugié Estienne Euldes het katoendrukkersvak uit in Rotterdam, maar van zijn fabriek is heel weinig bekend. Ook de katoendrukkerijen van Josua van Solingen (1695-1698) en van Lambert Meebeeck en Pieter Wiltjens (bekend in 1903) hebben niet veel sporen nagelaten (Hazewinkel 1933). Wat langer hield drukkerij ‘De Kapteijn’ in Kralingen het uit die in 1915 begon en in 1946 failliet ging. Het ging hierbij om een bedrijf met circa 50 werknemers. Het bedrijf dat alom bekendheid kreeg en tot in deze eeuw bleef bestaan was de katoendrukkerij ‘Non Plus Ultra’, waarvan het bestaan bekend is in 1909. Deze drukkerij onder de leiding van Pieter Barbet was op eenzelfde wijze georganiseerd als de grotere bedrijven in Amsterdam, dat wil zeggen met een tamelijk ver doorgevoerde inwendige arbeidsverdeling. De zaak liep goed.

In 1923 liet Pieter Barbet een deftig herenhuis bouwen aan de ’s-Gravenweg in Rotterdam. In datzelfde jaar werd hij tot schepen in Kralingen verkozen. Daarmee verwierf hij een sociale status die maar weinig katoendrukkers bereikten (Wiersum en Van Sillevoldt 1921). In Amsterdam waren er wel een aantal zeer vermogende katoendrukkers maar in het stadsbestuur werd niemand gekozen. In 1946 nam Barbet een deel van de inboedel van de failliete katoendrukkerij ‘Aan de Oudendijk’ in Rotterdam over (Wiersum en Van Sillevoldt 1921) die op 30 juli van dat jaar te koop was aangeboden in de Amsterdamse Courant. Hoewel nog nader onderzoek is gewenst, wijzen de grote importen van effen katoenen stoffen uit India en het gering aantal weverijen van enige omvang in Nederland erop dat de Amsterdamse en Rotterdamse katoendrukkers op in India geweven katoen drukten. Guinees lijwaad en salempoeris werden hiervoor onder meer gebruikt hetgeen blijkt uit de inleiding op de Eis van retour voor 1954 (VOC 52). Daarin klaagt men over de kwaliteit en de hoogte der prijzen. Men durfde deze stoffen echter niet te ‘excuseren’ vanwege het in gevaar komen van de werkgelegenheid bij de Nederlandse katoendrukkerijen. Dergelijke beschermende maatregelen en een aantal andere factoren luidden het verval in van de Nederlandse katoendrukkerijen.

Gepost door S Aalbers op 18:45
Comments Off

bhv

October 23, 2009

We weten allemaal wel wat bedrijfshulpverlening is, de afkorting bhv is beter bekend bij ons. Op je werkt zie je nog wel eens van die bureau stoelen waar dat mooie gele vestje overheen ligt en waar de portofoon op het bureau staat. Het ziet er allemaal goed uit, maar vaak lopen we er langs, en zijn het een aantal meters verder al weer vergeten. Toch is het in ieder bedrijf noodzakelijk dat er een bedrijfshulpverlening aanwezig. Vaak denken we, als we ze weer zien rennen door het bedrijf, daar heb je ze weer die zitten weer lekker te trainen. Maar stel je nu eens voor, op en dag zit je naast je collega en hij krijgt een hart aanval. Je raakt al snel in paniek want weet niet wat je moet doen. In dat soort gevallen is het toch geweldig dat je een beroep kunt doen op de bedrijfshulpverlening van het bedrijf. In het bedrijf kunnen ze al ondersteuning geven, voordat de ambulance ter plaatse is, we weten dat dit soms wel tien tot vijftien minuten kan duren. En we weten ook dat bij een hart aanval iedere seconde telt. In het bedrijf kan de bedrijfshulpverlening dan al proberen, het hart weer in het juiste ritme te brengen door een hart massage te geven. De overlevingskans bij een hartaanval is zeer laag, dit ligt rond de vijf tot tien procent. De eerste zes minuten zijn zeer belangrijk als in deze tijd word gestart met een hart massage en een beademing door bijvoorbeeld de bedrijfshulpverlening van het bedrijf is de kans vijftig tot wel zeventig procent. Tegenwoordig moet de bedrijfshulpverlening ook beschikken over de AED dit is de automatische externe defibrillator, deze zie je veel hangen in scholen en kerken, dus waar veel mensen aanwezig zijn.

Heeft u een bedrijf en beschikt u nog niet over de bedrijfshulpverlening binnen uw bedrijf? Dan moet u toch eens afvragen wat u als bedrijf moet doen, als dit soort ongevallen gebeuren. Mocht dit gebeuren is dit zeker geen reclame voor uw bedrijf, en hoe zal het personeel dan tegenover u staan. Heeft u al wel bedrijfshulpverlening binnen u bedrijf, dan is het belangrijk om te blijven trainen op dit soort situaties om bij de juiste ongevallen goed te reageren. Zorg altijd dat er mensen aanwezig zijn, die bedrijfshulpverlening kunnen verlenen binnen uw bedrijf. Ook als er afwisselende diensten in uw bedrijf zijn, het kan zijn dat in de avond uren niemand beschikbaar is, zorg er dan voor dat iemand getraind word binnen die groep werknemers. U als bedrijf wilt een fout niet op uw naam hebben, omdat dit zeer slecht voor uw bedrijf kan zijn. Zorg daarom voor de voorzorg maatregelen, en zorg er voor dat er een groep bedrijfshulpverleners binnen uw bedrijf komt. Zorg ook voor de geschikte materialen. Er is een oud spreek woord wat zegt, het is beter voorkomen dan genezen. Laten we daarom voorbereid zijn op dit soort ongevallen, door te zorgen de bedrijfshulpverlening binnen ons bedrijf te hebben, dit kan grote problemen voorkomen.

Gepost door S Aalbers op 19:29
Comments Off

stropdassen

October 08, 2009

De strakke etiquette die de herenkleding in de beschaafde wereld meer dan een eeuw had beheerst, stierf in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Het tijdperk van de elegante geprivilegieerden was al aan het afbrokkelen onder het geweld van radio, films, de auto en het vliegtuig. De oorlog gaf de genadeslag. Tussen 1914 en 1918 stortten de muren van vooroordelen ineen toen officieren met hun manschappen vermengd werden en de officieren leerden hun soldaten te respecteren; toen vrouwen broeken aantrokken en in de munitiefabrieken gingen werken, iets wat altijd als mannenwerk had gegolden; toen generaties Europeanen, die het in economisch en sociaal opzicht voor het zeggen hadden gehad, in de Vlaamse modder werden vertrapt. Schaarste maakte in Engeland de elegantie en keus onmogelijk die goed geklede heren altijd voor vanzelfsprekend hadden gehouden. Pacifisten gingen soepele hem-den en losse ‘four-in-hand’-dassen dragen en de soldaten, die gewend waren geraakt aan de wat gemakkelijker zittende kledingstijlen, stonden er niet op te wachten zich weer te onderwerpen aan de beperkingen van de stijve kraag en de ingewikkelde arrangementen van hun vaders.Toch kon een zekere dokter Walter G. Walford nog in 1917 een boek publiceren, getiteld Dangers in neckwear. Hij ging uit van de theorie dat een groot gedeelte van de kwalen der mensheid (van hoofdpijnen, duizeligheid, eczeem, zonnesteken en doofheid tot angina, reumatiek, hartaanvallen, flauwtes, tetanus en plotselinge dood) veroorzaakt werd door (te) strakke kragen en stropdassen. Twee jaar later zouden zijn waarschuwingen overbodig zijn geweest, want toen behoorden de strakke kraag en de wurgende das al tot het verleden.

De grote trendsetter in de mode (zoals gold voor bijna elke nieuwe ontwikkeling in de herenmode in de daaropvolgende twintig jaar) was Edward, de prins van Wales. Later zou hij koning Edward VII worden en nog later de hertog van Wind-sor. Hij had in de oorlog als stafofficier bij het leger gediend. Hij was jong, knap, charmant en vooruitstrevend en hij werd al snel het idool van miljoenen, aanbeden door vrouwen en bewonderd door mannen. De prins hield van soepele kragen en ‘four-in-hand’-dassen; dus droegen mannen over de hele wereld deze ook. De prins achtte het salonjasje formeel genoeg voor overdag; dus vonden mannen overal ter wereld dit ook. De prins verkoos smokings boven de witte das en jacquet bij zijn tochten langs nieuwe, modieuze nachtclubs; anderen volgden zijn voorbeeld direct. ‘Zoals gedragen door de prins’ werd de leus van iedere Londense kleermaker. Het Newyorkse tijdschrift Men’s wear berichtte bits: “De gemiddelde Amerikaanse jongeman bekommert zich meer om de kleren van de prins van Wales dan om de kleren van wie dan ook ter wereld.” Een Amerikaanse verslaggever somde Edwards kwaliteiten in de volgende flatteuze bewoordingen op: “Zijn knappe, markante uiterlijk in combinatie met zijn conventionele goede smaak en een lichte maar nooit overdreven grilligheid maakte van hem een mode-idool”.

Gepost door S Aalbers op 19:22
Comments Off

uitzendbureau

September 29, 2009

In het bedrijf wordt geen specifiek beleid gevoerd met betrekking tot uitzendarbeid. Rond de inzet en het functioneren van de huidige uitzendkrachten doen zich nauwelijks problemen voor en men verwacht ook niet dat er op dat punt problemen zullen gaan ontstaan. Zodra duidelijk is dat een uitzendkracht voor een vaste plaats in aanmerking komt, wordt hij in feite behandeld als iedere andere werknemer en krijgt hij ook toegang tot de voorzieningen die de vaste medewerkers hebben. Hierover worden afspraken gemaakt met het uitzendbureau. Verder vindt men dat uitzendkrachten in het bedrijf afdoende worden geïntroduceerd en opgevangen. Aanpassingen in deze praktijk zijn voorlopig niet aan de orde. Wel verwacht men dat, met de krapte op de arbeidsmarkt, de selectiefunctie van het uitzendwerk van groter belang zal worden.

Dit bedrijf produceert en distribueert voedingsmiddelen en er werken ongeveer 75 mensen. Het bedrijf heeft al een aantal jaren ongeveer dezelfde omvang en werkt ook al jaren met een aantal uitzendkrachten dat schommelt tussen de 7 en 10 personen. Uitzendkrachten worden vooral ingezet in de productie en soms in ondersteunende functies. Het bedrijf verwacht dat er weinig verandering zal optreden in deze praktijk rond het werken met uitzendkrachten. Beleidsmatig is men in ieder geval niet van plan iets te wijzigen. Wel kan het zijn dat de duur van hun inzet korter zal worden omdat het steeds moeilijker wordt om aan goede uitzendkrachten te komen en omdat uitzendkrachten gemakkelijker weer weggaan omdat ze (uitzend)banen voor het kiezen hebben. Maar inzet van uitzendkrachten blijft nodig, omdat men voortdurend te maken heeft met schommelingen in de vraag. Verder gebruikt men de uitzendformule als wervingskanaal voor vaste medewerkers. De laatste tijd zijn verschillende uitzendkrachten in vaste dienst gekomen. ‘Je moet dit kanaal steeds meer gebruiken om je personeelsbestand op peil te houden. Dat heeft met de krapte op de arbeidsmarkt te maken. Mensen die een baan zoeken hoeven tegenwoordig niet meer elke baan die ze kunnen krijgen ook zonder meer te accepteren. Ze kunnen kiezen, maar ook voor werkzoekenden is het moeilijk bij voorbaat te weten of het om een baan en een bedrijf gaat waarin ze willen werken. Voor hen is het dus ook aantrekkelijk om zich via uitzendwerk goed te informeren alvorens een meer definitieve keuze te maken. De meeste uitzendkrachten die hier komen zijn wel op zoek naar een vaste baan, maar zij hebben op dit moment een sterke positie en kunnen dus eerst rustig ‘rondkijken’ voordat ze een passende baan accepteren1. De OR is niet zo gelukkig met het inzetten van zo’n relatief groot aantal uitzendkrachten in het bedrijf. Volgens de OR worden uitzendkrachten vooral ingezet om de vaste personeelskern zo klein mogelijk te houden. Bovendien betekent het een extra belasting voor de vaste bemanning. Die extra belasting neemt nog toe, doordat een deel van de uitzendkrachten nu sneller doorstroomt naar een vaste baan.

Gepost door S Aalbers op 11:47
Comments Off

betonlook

September 16, 2009

Het is niet gemakkelijk te voorspellen, wanneer voldoende weerstand is opgebouwd om de trekspanningen zonder breuk op te nemen. Vastgesteld is dat mortels die een koude periode hebben doorgemaakt en niet door bevriezing zijn aangetast, hogere druksterkten kunnen behalen dan mortels die bij normale temperaturen zijn verhard. Het verhardingsproces blijkt door de vertraging, vooral in de beginfase, gunstig te worden beïnvloed. Elke stof, in water gemengd of opgelost, heeft een vriespuntverlagende werking op water. In principe komt dus elke in water gemengde of opgeloste stof in aanmerking. Er zijn echter stoffen die een nadelige invloed hebben op het verhardingsproces van de mortelspecie of op de verharde mortel, zoals bij voorbeeld suiker en keukenzout. Een voor de hand liggende stof is alcohol (methanol) in de vorm van spiritus. Toevoeging van 10% spiritus (alcoholgehalte 98%) aan het aanmaakwater geeft een vriespuntverlaging van 5 a 6 °C. In eerste instantie zijn proeven uitgevoerd, waarbij de hoeveelheid aanmaakwater is verminderd met 10% en het volume weer op 100% is gebracht door Toevoeging van spiritus. Uit deze proeven is gebleken dat de viscositeit aanzienlijk toenam. Dit kan worden verklaard, doordat de viscositeit hoofdzakelijk door de hoeveelheid water wordt bepaald. De spiritus heeft daarop niet of nauwelijks invloed. Hierna zijn de proeven voortgezet op mengsels, waarbij 10% spiritus extra is toegevoegd aan de oorspronkelijke hoeveelheid aanmaakwater.

In verband met de lagere kostprijs zijn ook enkele vergelijkende proeven uitgevoerd met blauwe spiritus om zo de perfecte betonlook te verkrijgen. De sterktecijfers daarvan gaven geen significant verschil te zien. Een deel van de proefmengsels is onderworpen aan maximaal 7 vorstperioden; daarna zijn na 28 dagen verharding, de druksterkte en de buigtreksterkte bepaald. De maat voor de verwerkbaarheid is de viscositeit en deze wordt gemeten met behulp van de flow cone. Mengsels die goed verwerkbaar zijn, hebben een uitstroomtijd van 65 a 75 seconden. Het is vooral de viscositeit die grote invloed heeft op de geslotenheid van de betonvloer en daarmee ook op de grootte van de elasticiteitsmodulus en de sterkte-eigenschappen van de betonvloer. Een hoge viscositeit, dus ook een hoge uitstroomtijd, geeft een slechte betonvloer vulling, waardoor een kwalitatief slechte betonvloer wordt gevormd. Nader onderzoek heeft niet uitgewezen dat het tijdstip van spiritus toevoegen aan het mengsel van invloed was op de viscositeit. Over het algemeen vergroot spiritus de bindtijd van de mortelspecie. Bij een watercement factor van 0,29 was de tijdsduur tot begin binding bij een mengsel met spiritus ongeveer 1,5 maai die van een mengsel zonder spiritus. Bij een toegepaste watercement factor van 0,42 was dit verhoudingsgetal gestegen tot circa 10. Laboratoriumproeven toonden aan dat de waterafscheiding per tijdseenheid gelijk is voor mengsels met of zonder spiritus. Hoewel in het plastische stadium de waterafscheiding van mortelspecies met of zonder spiritus even groot is, is de duur van het plastische stadium bij gebruik van spiritus vele malen langer dan zonder de spiritus toevoeging.

Gepost door S Aalbers op 16:50
Comments Off

kerstpakketten

September 07, 2009

Waarschijnlijk zou Mithras alle andere goden in het Romeinse Rijk hebben verdrongen, indien keizer Constantijn niet enkele jaren later geopteerd had voor het christendom en alle offers en rituelen van de Mithras-religie verbood. Ook het geven van pakketten met voedsel aan familie, zoals werkgevers de tegenwoordige kerstpakketten geven, werd verboden. In de loop van de 4de eeuw werden overal in het Romeinse Rijk Mithrastempels verwoest. Het christendom vertoonde immers veel gelijkenis met de Mithrascultus. Ook Jezus werd vergeleken met de zon en het eeuwige licht dat de strijd aanbond met het duister. Ook het christendom, als zuiver monotheïstische godsdienst, bestreed alle andere godheden. Juist door deze en andere overeenkomsten was Mithras een doorn in het oog van het prille christendom. Daarom stelde Constantijn in 321 de zondag in als dag voor religieuze activiteiten, terwijl de Romeinen, evenals de joden, daarvoor de zaterdag bestemd hadden. Alle Indo-Europese volkeren vierden rond de winterzonnewende een groot feest, dat meestal enkele dagen in beslag nam. Het Germaanse joelfeest duurde twaalf nachten en dertien dagen, die aanvankelijk vanaf de eerste volle maan na de winterzonnewende geteld werden. In principe duurde het van 24 december tot 6 januari. Het begin van het joelfeest was vanzelfsprekend de zonnewende zelf. Het tijdstip van de zonnewende is de nacht. De dag ervoor stonden de feestelijkheden geheel in het teken van de wedergeboorte van Freyr, de god van groei en licht. De dag erna was Freyr al meteen weer vol sen en ving aan met een feestelijke rit, want Freyr was - toevallig of niet - de bekwaamste onder de ruiters. Het joelfeest speelde zijn grootste rol in Noord-Europa, doordat de winters er veel kouder en langer zijn dan in het zuiden. Toch bleef ook in zowel Midden- als Zuid-Europa het joelfeest door de eeuwen heen een belangrijk gegeven.

Het begin van de winter was in heel Europa een voornaam moment De geesten van de overledenen werden verondersteld terug te keren naar hun voormalige woonplaats. Deze geesten verschenen op het toneel bij het begin van de winter en vertrokken pas weer na het solstitium. De joeltijd was een keerpunt in het jaar, dus moest er overvloedig gegeten worden, want de Germanen waren er heilig van overtuigd dat wanneer het nieuwe jaar slecht ingezet werd, men het hele jaar door honger zou lijden. Evenals bij de Romeinen werkte niemand en dit gedurende liefst twee weken. Ook uitbundig joel drinken met bier of mede was een noodzakelijk ingrediënt van de feestvreugde. Eenieder droeg zijn steentje bij om zo veel mogelijk kabaal te maken door op trommels of ketels te slaan of op hoorns te blazen. Dat was de beste remedie om de geesten weg te jagen, die anders het nieuwe jaar al dadelijk bedorven zouden hebben.

Gepost door S Aalbers op 15:36
Comments Off

bliksembeveiliging

July 27, 2009

De nauwkeurige voorschriften van JJ. Hemmer en zijn vele afbeeldingen maakten het mogelijk dat iedere smid de bliksemafleiders kon nabouwen in samenwerking met een loodgieter. Volgens de overlevering maakt hij zelfs vaak een maquette van het betrokken pand met daarop meestal twee zeer gedetailleerd uitgevoerde weerstangen en het bijbehorende bliksembeveiliging systeem omdat hij het te druk had om op het gewenste moment op de gewenste plaats aanwezig te zijn bij de uitvoering van iedere opdracht. De Beierse keurvorst Karl Theodor was de eerste Duitse vorst die besloot op zijn grondgebied weerstangen te laten aanbrengen. Hij wilde er eerst zijn residentie in München en daarna zijn zomerverblijf de Nymphenburg mee laten uitrusten. Dat lukte pas onder gewapende bescherming omdat de bevolking zich heftig verzette. De openbare mening veranderde pas toen in het jaar 1785 het wekelijkse advertentieblad van de keurpalts meldde: ‘In Weyarn (Ober-bayern) barstte de vijfde van deze maand een verschrikkelijk onweer los. Meteen de eerste twee bliksems slaan met een tussenruimte van ongeveer drie minuten in. Op de torens zijn in de vorige herfstmaand afleiders aangebracht ‘ Het klooster liep geen schade op. Het voorval creëerde het klimaat waarin de keurvorst ten slotte een algemene brandverordening kon uitvaardigen (Bayerische Allgemeinen Feuerordnung, 1791). Een van de paragrafen daarvan bevatte de dringende aanbeveling voor zover menselijkerwijs mogelijk ongelukken ten gevolge van blikseminslag te voorkomen door geleidelijk, in ieder geval op de belangrijkste gebouwen zoals kerken, kastelen, kloosters, raadhuizen en dergelijke panden, bliksemafleiders te laten aanbrengen door ter zake kundige lieden. Bovendien moeten de plaatselijke wereldlijke en geestelijke leiders het volk duidelijk maken wat het grote belang is van deze installaties.’

Langzaam maar zeker raakten ook de andere vorstendommen en vooral de brandverzekeringen overtuigd van het nut van de apparatuur voor bliksembeveiliging . Als voorbeeld noemen we Württemberg waar in 1827 Bergrat (inspecteur der mijnen) Dr. Hehl van de minister des konings voor binnenlandse zaken de opdracht kreeg een handleiding voor de bouw van bliksemafleiders samen te stellen en de leiding te nemen over de propaganda ervoor. Al in 1782 was in Hohenheim de eerste bliksemafleider geplaatst en in 1827 waren in het gehele vorstendom bliksemafleiders aangebracht op 1253 verschillende gebouwen, waarvan alleen in Stuttgart al 392. De installaties werden jaarlijks gecontroleerd. Men ging ervan uit dat elke vangstaaf een cirkelvormig gebied beveiligde met een straal van 40 voet (een voet is iets meer dan dertig centimeter). Als aarding was er per afleider een ijzeren pen die vier tot vijf voet diep loodrecht in de grond was geslagen.

Gepost door S Aalbers op 14:12
Comments Off

trouwringen

June 17, 2009

De bouquetbroche uit de collectie van het Centraal Museum uit 1989 heeft ’slechts’ toermalijnen. Met dergelijk werk, dat ook hij via Galerie Ra aan de wereld presenteerde, werd het prijspeil van de trouwringen nog verder opgevoerd en ditmaal door degene die in 1985 blijkbaar zo geschokt was door de uitdagende toepassing van goud in het werk van Rob Smit. Rob Smit stond in het najaar van 1985 bepaald niet alleen met zijn gebruik van goud. In het werk van een onderhand echt oudere vakman als Chris Steenbergen was het nooit verdwenen - er zijn hoogstandjes in het vak die alleen in goud gerealiseerd kunnen worden - maar ook een jongere generatie voelde zich tot het werken met dit edelmetaal aangetrokken. Zij werden opgeleid aan de afdeling Edelsmeden van de Gerrit Rietveld Academie, die gedurende de jaren tachtig onder leiding stond van Onno Boekhoudt. Boekhoudt was een voortreffelijk edelsmid, die zich in zijn eigen werk toelegde op zilver en andere metalen, zoals koper en ijzer. Hij richtte zich in de jaren tachtig in zijn eigen werk sterk op het creëren van autonome objecten en kleine installaties opgebouwd uit verschillende elementen, waaronder metalen objecten, maar hij wist zijn leerlingen uitstekend te begeleiden in hun eigen interesses. Menig student aan de afdeling had bovendien eerst de vakopleiding in Schoonhoven doorlopen voordat hij of zij zich bij de Gerrit Rietveld Academie aanmeldde. Een historicus die goed speurt, kan voor elke ontwikkeling wel precedenten vinden. Wat de toepassing van goud en zilver in het Nederlandse avant-gardesieraad betreft, verdient het werk van Annelies Planteijdt nadere beschouwing. Zij meldde zich in 1978 met haar vakdiploma op zak aan in Amsterdam, om zich in beeldend opzicht verder te ontwikkelen en studeerde er in 1983 af. In 1981 maakte zij een armband in goud en zilver, bestaande uit in serie geschakelde vierkanten, die in 1984 in een artikel in Bijvoorbeeld door Staal werd getypeerd als ‘een vierkant met tachtig haakse hoeken.’ Volgens mij waren het er eerder honderdtachtig.

Een beslissende fase in de ontwikkeling van Planteijdt was een stage van zeven maanden bij Giam-paolo Babetto in Padua. Daar leerde zij omgaan met haar fascinatie voor herhaling van vormen en handelingen, met ritmes die door kleine details worden bekrachtigd. Zij verwerkte in het begin van de jaren tachtig schakelingen van stroken karton tot kettingen en armbanden, die puur ritmisch lijken te zijn. Net als een andere edelsmid uit Amsterdam, Willem Honing, combineerde zij in deze jaren het werken met één van de goedkoopste materialen voor sieraden - papier of karton - met het werken met edelmetaal, waarvoor zij zelfde legeringen maakten. Vaak had het een laag gehalte, doch de juiste samenstelling voor het effect dat zij ermee wilde bereiken. Annelies Planteijdt werkte in 1983 en 1984 met smalle vlakjes van goud- en koperlegeringen, die stuk voor stuk met hamerslag zijn bewerkt en tot kettingen zijn samengevoegd. Ook de schakels van de ketting uit 1987, die bij de karakteristieke stukken is besproken, is op deze wijze bewerkt. Gijs Bakker ontving in februari 1989 de Francoise van den Bosch-prijs. In recensies werd er op gewezen dat hij niet ongevoelig was voor veranderingen in het Nederlandse ontwerpklimaat en dat zijn recente sieraden opvielen door hun ironie: ‘Zij roepen een glimlach op, wat een verademing betekent in vergelijk met de streng formele benaderingswijze in de jaren zestig en zeventig.’ Naar aanleiding van deze prijs kreeg hij een overzichtstentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht, waarin behalve zijn sieraden ook zijn meubels, verlichting, woningtextiel, elektrische apparaten en verpakkingen te zien waren. De inrichting van zijn collega-ontwerper Ed Annink bestond uit een houten staketsel dat zich als een reptiel door drie zalen bewoog en letterlijk een ruggengraat vormde voor een oeuvre waarin het idee consequent centraal had gestaan en zou blijven staan. De ’strijd der giganten’ ofwel de zwaar opgevoerde meningsverschillen tussen Smit en Bakker gaf de speelruimte aan die de Nederlandse sieraadontwerpers met een beetje hulp van hun sterkste buitenlandse collega’s voor zichzelf hadden gecreëerd. Een gevoel van zekerheid binnen het kader van het moderne Nederlandse sieraad leidde tot onderling gekibbel en het opvoeren van allerlei kwesties, die onder meer in het tijdschrift Bijvoorbeeld werden uitgevochten. De interne discussie over de toepassing van goud door de avant-garde ontwerpers leidde echter niet tot enige toenadering tot de wereld van de juweliers en fabrikanten in edelmetaal. Deze periode zette krachtig in.

Gepost door S Aalbers op 13:22
Comments Off

zonwering

June 08, 2009

Hieruit zijn de latere op trekbare rolluiken ontstaan. In zuidelijke landen gebruikt men luiken van louvres (luiken bestaande uit houten latjes onder de schuine hoek, in een frame gezet). Dit zie je nog steeds, al dan niet beweegbaar. Door het maken van een overstek aan een gebouw kan men ook de zon weren. Het nadeel is dat men dan ook meteen veel licht weert en met name op donkere dagen is dat problematisch, dan moet de verlichting aan. Zo heeft men vaste zonwering ontwikkeld, die vast zit aan het gebouw als een overstek, maar bestaat uit schuin geplaatste louvre die het zonlicht weerkaatsen. Het systeem van een overstek werkt alleen bij een hoge zonnestand, staat de zon laag aan de horizon, dan schijnt hij onder het overstek door. De volgende stap is louvres voor het hele raam te maken. Je hebt dan geen last meer bij lage zonnestand, maar dit wordt wel als hinderlijk ervaren bij het naar buiten kijken. Door het optrekbaar maken van de louvre werd dit probleem ondervangen.

Het systeem van buitenjaloezieën was geboren. Dit wordt nog steeds veel toegepast met name in de projectensfeer. De doekzonwering is ontstaan uit het spannen van een laken o kleed voor de ramen. Vervolgens gebruikte men daar een speciaal doek voor en maakte het oprolbaar. Het uitvalscherm werd geboren en is in de loop der jaren steeds verder verbeterd (windvast armen, elektrische bediening, enz.). Een andere oplossing was het min of meer opvouwen van het doek aan de gevel, hieruit is de markies ontstaan. Vanuit het uitvalscherm werd het knikarmscherm ontwikkeld, dat als groot voordeel heeft dat de armen niet meer in de weg zitten. Het knikarmscherm ontwikkelt zich momenteel zelfs als een statussymbool. Gelijktijdig werd het screen ontwikkeld (een doek dat opgerold wordt op een buis en verticaal langs de gevel loopt). Een nieuwe ontwikkeling in zonwering is een gevolg van de opkomst van serre ’s aangebouwd aan woningen en horeca bedrijven. Om ook hier te grote warmteontwikkeling tegen te gaan, wordt de zogenaamde serre- of verandazonwering aan gebracht. Dit een horizontaal gespannen scherm, voorzien van screen- of acryldoek. Binnen zonwering is niet/minder geschikt voor het weren van warmte, maar wel geschikt voor het weren van het zonlicht. Een belangrijke functie van binnenzonwering is decoratie geworden. De grote fabrikanten willen daarom niet meer van binnenzonwering spreken, maar noemen hun producten ‘Raamdecoratie’. Binnenzonwering is onder aanvoering van de jaloezieën een sfeerbepalend onderdeel geworden bij de inrichting van een ruimte. In deze cursus zullen we ons met name richten op de zonweringaspecten en niet ingaan op de decoratieve aspecten. De eenvoudigste vorm van binnenzonwering is het gordijn. Door het dichtdoen van het gordijn wordt het zonlicht tegengehouden. De ontwikkeling van horizontale en verticale lamellen heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen.

Gepost door S Aalbers op 15:41
Comments Off

relatiegeschenken

June 02, 2009

De taak om relatiegeschenken aan een gelegenheid aan te passen heeft de menselijke vindingrijkheid op zijn minst sinds de dagen van de Drie Wijzen belast. En er is geen onderbreking in dit onderzoek niet alleen vakantie, verjaardagen, huwelijken en andere familiegebeurtenissen maar ook een stijgend aantal persoonlijke gelegenheden in het moderne leven, vragen naar de begroeting van het heden. In het Westen schijnen wij elke kans te grijpen om een keerpunt of mijlpaal in het leven van een individu met een tastbaar gebaar van grootmoedigheid te voorzien. De ideale keus is duidelijk een relatiegeschenk dat is aangewezen op de gelegenheid en de bijzondere voorkeuren van de ontvanger opneemt. Vindingrijk, blijven de mensen in het vinden van ‘het perfecte geschenk’. Het imperium van geschenkwinkels in Londen, New York, Parijs, en Tokyo dat door Joseph Ettedgui wordt geleid, getuigen aan zijn smaak, zijn begrip van stijl, en zijn capaciteit voor het nemen van besluiten. Maar toch heeft hij toegegeven dat toen het op het kiezen van een relatiegeschenk voor zijn jonge bruid Sarah kwam, hij door onzekerheid werd bezet. Van een ding was hij zeker, Sarah’ s interesse in boeken en kunst. Aangezien hij zelf de Amerikaanse pop kunstenaar Jim Dine in de loop van de jaren had verzameld, kwam het in hem op dat een schilderij door Dine het antwoord zou kunnen zijn. Het feit dat één van de meest gebruikte motieven van de kunstenaar het hartsymbool was,paste mooi bij de omstandigheden. Hij nam Sarah mee naar een handelaar in Londen en samen kozen zij een Dine lithografie, volgens Joseph een zeer toepasselijk relatiegeschenk.

Gepost door S Aalbers op 18:52
Comments Off